Terug naar artikelen
artikel

Een loonsanctie om een mening, niet om een inspanning

Nederlands Expertisecentrum Vitaliteit5 min leestijd
Twee collega's overleggen geconcentreerd aan een houten tafel, de een maakt notities terwijl de ander iets op een laptop aanwijst.

Een werkgever volgt twee jaar lang precies het advies van de bedrijfsarts op. Elk gesprek gevoerd, elk plan van aanpak bijgesteld, elk spoor ingezet dat de bedrijfsarts adviseerde. En toch valt bij de WIA-aanvraag de loonsanctie: niet omdat er te weinig is gedaan, maar omdat de verzekeringsarts van het UWV achteraf anders oordeelt over de belastbaarheid dan de bedrijfsarts deed. De werkgever heeft zich keurig aan het advies gehouden en wordt gestraft voor een medisch meningsverschil waar hij part noch deel aan heeft.

Dit scenario is geen uitzondering. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid noemt het medisch verschil van inzicht tussen bedrijfsarts en verzekeringsarts de hoofdoorzaak in 8 procent van de inhoudelijke loonsancties (SZW, via Adfiz, 2025). Dat percentage lijkt beperkt, maar achter elk van die gevallen gaat een jaar extra loondoorbetaling schuil, boven op de twee jaar die een werkgever al heeft gedragen. Voor een mkb-bedrijf kan dat het verschil maken tussen een beheersbare verzuimlast en een financiële aderlating.

Een oud probleem met een nieuwe oplossing

Het knelpunt is niet nieuw. Al in 2020 diende het kabinet een wetsvoorstel in om het advies van de bedrijfsarts leidend te maken bij de toets op de re-integratie-inspanningen, de zogeheten RIV-toets. Dat voorstel werd in 2023 ingetrokken, in afwachting van advies van de Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel, kortweg OCTAS. Die commissie heeft de maatregel inmiddels alsnog aanbevolen, en het kabinet heeft die aanbeveling overgenomen (Personeelsnet, 2026).

Op 20 oktober 2025 is daarom een nieuw wetsvoorstel in internetconsultatie gegaan: de Wet wijziging toets op re-integratie-inspanningen en WIA-voorschotregeling. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028 (DeHaan Advocaten, 2026). Vanaf dat moment beoordeelt de arbeidsdeskundige van het UWV alleen nog of werkgever en werknemer voldoende inspanningen hebben geleverd die passend zijn bij de belastbaarheid zoals de bedrijfsarts die heeft vastgesteld. De verzekeringsarts speelt bij die toets geen rol meer. Loonsancties verdwijnen daarmee niet, want onvoldoende inzet in bijvoorbeeld het tweede spoor blijft een geldige grond. Wat wel verdwijnt, is de sanctie op basis van een oordeel waarop de werkgever part noch deel heeft gehad.

Waarom dit meer is dan een juridische reparatie

Het is verleidelijk om dit wetsvoorstel te lezen als een technische bijstelling van een uitvoeringsregel. Dat doet de kern ervan te weinig recht. De Wet verbetering poortwachter is gebouwd op het idee dat werkgever en werknemer samen, stap voor stap en met vaste termijnen, toewerken naar werkhervatting. Een probleemanalyse in week zes, een plan van aanpak in week acht, voortgangsgesprekken elke zes weken, een eerstejaarsevaluatie in week tweeenvijftig. Al die stappen zijn bedoeld om zorgvuldigheid te waarborgen. Wanneer de uitkomst van al die zorgvuldigheid alsnog kan worden overruled door een medisch oordeel dat pas aan het einde van het traject verschijnt, verliest het stappenplan een deel van zijn waarde.

Voor organisaties die willen sturen op duurzame inzetbaarheid, is dit relevanter dan het op het eerste gezicht lijkt. Een goed re-integratietraject is niet alleen een juridische verplichting, het is ook een van de weinige momenten waarop een organisatie precies kan zien hoe belastbaarheid, functie-eisen en begeleiding op elkaar aansluiten. Wie dat traject alleen uitvoert om een loonsanctie te vermijden, mist de kans om er daadwerkelijk van te leren. Wie het traject vooral ziet als risicobeheersing, loopt bovendien het risico om precies de verkeerde dingen vast te leggen: niet de inhoud van de begeleiding, maar de papieren verantwoording ervan.

Dossiervoering als vak, niet als voetnoot

Een tweede, minder besproken kant van het wetsvoorstel is dat het de rol van het re-integratiedossier juist zwaarder maakt, niet lichter. Zodra het oordeel van de bedrijfsarts leidend wordt, wordt de kwaliteit van dat oordeel en de onderbouwing ervan des te belangrijker. Een advies dat onvoldoende is vastgelegd, dat niet consequent is bijgesteld bij veranderende omstandigheden, of dat niet aansluit bij wat er in de praktijk daadwerkelijk aan werk is aangeboden, biedt straks minder houvast dan voorheen. De rechtszekerheid die het wetsvoorstel werkgevers belooft, is dus voorwaardelijk: ze geldt alleen als het traject zelf aantoonbaar zorgvuldig is doorlopen.

Dat stelt andere eisen aan hoe organisaties verzuimbegeleiding inrichten. Het is niet voldoende om achteraf, bij een naderende WIA-aanvraag, een dossier op orde te brengen. Belastbaarheid verandert gedurende het traject, soms geleidelijk en soms met sprongen, en wie dat niet doorlopend volgt en vastlegt, ontdekt pas bij de toets dat er gaten in het verhaal zitten. Organisaties die verzuimbegeleiding, bedrijfsartsadvies en de feitelijke werkaanpassingen als één samenhangend proces monitoren, in plaats van als drie losse administraties, staan er bij elke toets beter voor, onafhankelijk van wie uiteindelijk het laatste woord heeft.

In de praktijk ontstaat de zwakte in een dossier zelden op één groot moment. Het zijn de kleine hiaten die zich opstapelen: een voortgangsgesprek dat is gevoerd maar niet is vastgelegd, een aangepaste functie die mondeling is afgesproken maar niet terugkomt in het plan van aanpak, een spoor twee traject dat enkele weken later start dan de Werkwijzer Poortwachter voorschrijft. Geen van die hiaten is op zichzelf fataal, maar samen bepalen ze bij de eindtoets of het beeld overtuigend is. Een organisatie die verzuimbegeleiding ziet als een doorlopend proces van meten, vastleggen en bijstellen, bouwt vanzelf aan een dossier dat die toets doorstaat. Een organisatie die het ziet als een reeks losse verplichtingen die aan het einde van het traject alsnog op orde moeten komen, loopt structureel achter de feiten aan.

Rechtszekerheid is geen vrijbrief

Het wetsvoorstel verdient steun, simpelweg omdat het een onrechtvaardigheid wegneemt die werkgevers al jaren onnodig financieel kwetsbaar maakt. Maar de les voor de praktijk reikt verder dan wachten tot 2028. Een systeem waarin het medisch oordeel van de bedrijfsarts zwaarder weegt, beloont organisaties die hun re-integratieproces nu al grondig, consistent en meetbaar inrichten, en straft organisaties die verzuimbegeleiding als bijzaak behandelen harder dan voorheen. Wie wacht tot de wet verandert voordat de eigen dossiervoering op orde komt, wint op papier aan rechtszekerheid, maar heeft intussen niets geleerd over waarom mensen daadwerkelijk uitvallen en wat ze nodig hebben om terug te keren.

Bronnen

Adfiz (2025). Consultatie Wetsvoorstel wijziging toets op re-integratie inspanningen en WIA voorschotregeling. https://www.adfiz.nl/nieuws/adfiz-berichten/consultatie-wetsvoorstel-wijziging-toets-op-re-integratie-inspanningen-en-wia-voorschotregeling

Personeelsnet (2026). Advies van de bedrijfsarts straks bepalend voor RIV-toets. https://www.personeelsnet.nl/bericht/advies-van-de-bedrijfsarts-straks-bepalend-voor-riv-toets

DeHaan Advocaten en Notarissen (2026). Einde aan re-integratieonzekerheid: bedrijfsartsadvies straks leidend bij UWV-toets. https://www.dehaanlaw.nl/blog/einde-aan-re-integratieonzekerheid-bedrijfsartsadvies-straks-leidend-bij-uwv-toets

Klaar om resultaten te behalen?

Plan vrijblijvend een demo en zie wat NEVWARE voor jouw organisatie kan betekenen.

Plan een demo

Blijf op de hoogte

Ontvang de nieuwste inzichten over vitaliteit en HR-analytics in je inbox.