Vitaliteitsbeleid behandelt mensen nog als machines

Een vitaliteitsprogramma dat medewerkers helpt sneller te herstellen van stress. Een dashboard dat verzuim voorspelt, zodat je eerder kunt bijsturen. Een inzetbaarheidsscore die optelt tot een rapportcijfer. Ik heb dit soort instrumenten vaak langs zien komen, en met NEV ook zelf ontwikkeld. Het zijn goedbedoelde middelen. Maar let op de taal: herstellen, bijsturen, optimaliseren. Dat is de taal van onderhoud aan een machine, niet van zorg voor een mens.
Die paradox staat centraal in Mens-zijn in de machinemaatschappij, het nieuwe boek van Bas Snippert (Lev., 9 september 2026). Bas is stressexpert en collega van mij: jaren geleden schreven we samen De vitaliteitrevolutie. In zijn nieuwe boek gaat hij een laag dieper. Zijn these: we leven in een maatschappij die werkt als een machine, ons omringt met machines en ons behandelt als machines. Dat mechanische presteren, produceren en consumeren gaat ten koste van mens en natuur. Het antwoord ligt volgens hem niet in nóg beter optimaliseren, maar in het ontwikkelen van vijf kwaliteiten: verbinding, afstemming, vertrouwen, autonomie en intimiteit.
Die laatste zin is waarom dit boek iets te zeggen heeft tegen iedereen die over vitaliteitsbeleid gaat. Als Snippert gelijk heeft, is een groot deel van wat wij vitaliteitsbeleid noemen zelf onderdeel van het probleem dat het zegt op te lossen.
De logica van onderhoud
Kijk naar hoe de meeste vitaliteitsprogramma's zijn opgebouwd. Een nulmeting, een interventie, een hermeting. Een verzuimnorm, een actieplan, een evaluatie tegen diezelfde norm. Een medewerker die uitvalt, krijgt een traject dat eindigt zodra hij weer "volledig inzetbaar" is. De taal van capaciteit, belasting en belastbaarheid komt rechtstreeks uit de arbeidshygiëne, en is op zichzelf nuttig. Maar ze beschrijft een systeem, geen mens. Een machine heeft capaciteit en belasting. Een mens heeft ook een behoefte aan betekenis, aan erkenning, aan het gevoel ergens bij te horen.
Snippert beschrijft dit mechanische wereldbeeld: de aanname dat een systeem, ook een mens, beter wordt door het sneller, efficiënter en voorspelbaarder te maken. Big tech verkoopt die belofte via platforms en AI die ons werk en leven zouden moeten verlichten. Maar in de praktijk versnellen en ontregelen die technologieën onze wereld verder, schrijft hij. Hetzelfde patroon zie ik terug in HR. Een people-analyticsplatform dat risico's voorspelt, is winst als het leidt tot eerder en beter contact met een medewerker. Het is verlies als het een score wordt waar leidinggevenden op sturen zonder het gesprek te voeren dat erbij hoort. Het instrument is niet het probleem. De aanname erachter, dat meer meten en sneller bijsturen vanzelf tot meer vitaliteit leidt, is dat wel.
Vijf kwaliteiten die een meetsysteem niet vangt
De vijf kwaliteiten die Snippert centraal stelt, zijn geen zachte aanvulling op harde HR-instrumenten. Ze zijn een andere manier om naar dezelfde werkelijkheid te kijken.
Verbinding gaat over de vraag of een medewerker zich onderdeel voelt van iets groters dan zijn eigen takenlijst. Afstemming gaat over het vermogen om op elkaar te reageren, in een gesprek, in een team, tussen leidinggevende en medewerker, in plaats van langs elkaar heen te werken volgens vaste protocollen. Vertrouwen is de ruimte die iemand krijgt om een probleem te melden voordat het een crisis wordt, zonder dat dat als zwakte wordt uitgelegd. Autonomie is zeggenschap over hoe het werk wordt gedaan, niet alleen over wanneer de pauze valt. Intimiteit, in de brede zin die Snippert eraan geeft, is de mogelijkheid om je kwetsbaar te tonen op het werk zonder dat het je positie schaadt.
Geen van deze vijf laat zich vangen in een dashboard met een stoplichtkleur. Dat is precies het punt. Een organisatie kan uitstekend scoren op verzuimpercentage en medewerkerstevredenheid, en toch een cultuur hebben waarin niemand een collega durft te vertellen dat het niet goed gaat. Onze eigen ervaring in trajecten bij werkgevers bevestigt dat beeld: de organisaties waar vitaliteitsbeleid werkt, zijn zelden de organisaties met de meeste metingen. Het zijn de organisaties waar leidinggevenden tijd nemen voor een gesprek dat niet in een formulier past.
Wat dit vraagt van werkgevers
Dit is geen pleidooi om te stoppen met meten. Zonder RI&E, verzuimanalyse of medewerkersonderzoek stuur je blind, en dat is minstens zo riskant als overmatig sturen op cijfers. Het punt is dat meting een hulpmiddel is om de juiste vragen te stellen, niet een vervanging van het antwoord. Een stijgend verzuimcijfer op een afdeling is een signaal om het gesprek te voeren over verbinding en vertrouwen in dat team. Het is geen opdracht om een interventie in te kopen die het cijfer weer laat dalen.
Voor werkgevers betekent dat een verschuiving in drie dingen die wij in onze trajecten vaak tegenkomen. Ten eerste de taal: spreek over herstel en draagkracht in plaats van alleen over inzetbaarheid en capaciteit, en merk het verschil in hoe een gesprek daardoor verloopt. Ten tweede de rol van de leidinggevende: iemand die goed scoort op targets maar nooit vraagt hoe het met zijn team gaat, is in het mechanische model een goede manager en in het model van Snippert een risicofactor. Ten derde de volgorde: eerst de vraag of mensen zich gezien en gehoord voelen, dan pas de vraag of het systeem efficiënter kan.
Dat laatste draait het gangbare vitaliteitsdenken om. De meeste organisaties beginnen bij het systeem: welke tool, welk proces, welke interventie zetten we in. Snippert dwingt je om te beginnen bij de vraag wat een mens, in tegenstelling tot een machine, nodig heeft om goed te functioneren. Die vraag is minder meetbaar, minder schaalbaar en minder snel te beantwoorden in een kwartaalrapportage. Ze is ook de vraag die bepaalt of al die meetbare interventies ooit iets opleveren.
De machinemaatschappij vraagt niet om een betere machine. Ze vraagt om werkgevers die durven erkennen dat vitaliteit niet valt te optimaliseren, maar wel te voeden, met verbinding, afstemming, vertrouwen, autonomie en intimiteit als de voorwaarden daarvoor.
Bronnen
A.W. Bruna (2026). Boekpagina Mens-zijn in de machinemaatschappij, Bas Snippert. https://www.awbruna.nl/boek/non-fictie/bas-snippert/mens-zijn-in-de-machinemaatschappij/
Klaar om resultaten te behalen?
Plan vrijblijvend een demo en zie wat NEVWARE voor jouw organisatie kan betekenen.
Plan een demoBlijf op de hoogte
Ontvang de nieuwste inzichten over vitaliteit en HR-analytics in je inbox.
